dinsdag 30 oktober 2012

Professionele leraren gevraagd!

Op onderzoek met de tablet!
Wat kunnen we er mee in de klas?
Ontwikkelingen op het gebied van innovatie, ICT en onderwijs gaan hard! Je moet het maar allemaal bij kunnen benen, het je eigen kunnen maken en het dan ook nog eens kunnen toepassen in je eigen school of klas. En dat dan naast alle andere ontwikkelingen op andere terreinen. Dat vraagt nogal wat van de leraar! Wat vraagt de leraar in dat opzicht van zichzelf? Wat vraagt de school van hem? En het bestuur? Deze spelen daarin elk een rol. Vraag is of professionalisering ook in voldoende mate professioneel wordt aangepakt. Wie heeft daarin de regie? Is er sprake van een scholingsbeleid? Hoe worden ieders belangen daarin afgewogen, meegenomen en serieus genomen?

proefschrift
Op 12 oktober j.l. promoveerde Iris Windmuller aan de Open Universiteit op haar proefschrift met de titel ‘Versterking van de professionaliteit van de leraar basisonderwijs’. In haar proefschrift geeft zij aan, dat je als leraar te maken hebt met veel maatschappelijke ontwikkelingen en een snel veranderende maatschappij. Ik mis daarbij de nieuwe inzichten op het gebied van didactiek, pedagogiek, etc. Omdat wij ons op dit edublog met name bezighouden met ICT en innovatie binnen het onderwijs, zouden we ook de ontwikkelingen op dat terrein aan het lijstje willen toevoegen.

drie niveaus
De vraag in het zeer boeiende proefschrift is, wat dit betekent voor de professionaliteit van de leraar. Windmuller geeft aan, dat op verschillende niveaus getracht wordt de professionaliteit te versterken: vanuit de politiek, vanuit besturen en  op schoolniveau. Deze niveaus hangen uiteraard nauw met elkaar samen. Opvallend hierbij is, dat de leraar zélf niet als apart niveau wordt beschreven, terwijl dat toch degene is om wie het draait en ook degene is die invloed heeft op zijn eigen ontwikkeling.

houding
Wat betreft de eigen rol van de leraar kijkt Windmuller naar de houding die nodig is bij de leraar: “Van leraren wordt verwacht dat zij zich blijvend ontwikkelen en dat zij voortdurend gericht zijn op de verbetering van hun onderwijs. We zien daarbij een verschuiving in de opvattingen over de wijze waarop leraren zich optimaal kunnen ontwikkelen en de wijze van professionalisering (Van Veen et  al.,  2010). Er is steeds vaker aandacht voor meer structurele vormen van ontwikkeling van leraren, waarbij steeds minder externe cursussen gevolgd worden, maar steeds vaker toegepaste  kennis  ontwikkeld wordt op de werkvloer, samen met collega’s.  De rol van interactie tussen leraren wordt daarmee steeds belangrijker: samenwerken, ideeën uitwisselen, elkaar feedback geven, probleem  oplossen, zelf kennis ontwikkelen en onderzoeken worden belangrijker in de uitoefening van het beroep. Dit vraagt om andere kennis, andere vaardigheden en een andere houding van leraren.  Een  houding die getuigt van voortdurend in ontwikkeling willen blijven, willen verbeteren en kritisch willen zijn op het eigen handelen.” (pag. 338)

Windmuller komt in een analyse van de resultaten van haar onderzoek op vier verschillende scholen met een aantal belangrijke componenten van een professionele leraar. Een opsomming met een vertaling naar de inzet van ICT binnen het onderwijs:
  • Professionele nieuwsgierigheid
    Weet je welke ontwikkelingen er gaande zijn op het gebied van ICT-middelen? Ben je benieuwd hoe het werkt, wat je er mee kan en hoe het jou en jouw leerlingen kan helpen?
  • Verbeteren van de eigen praktijkWelke ICT-middelen zet je in? Met welk doel? Hoe organiseer je dat? Wat zijn de effecten en resultaten?
  • Kennis en ervaring uitwisselenBespreek je met collega's hoe jij ICT inzet? Ben je nieuwsgierig naar hún ervaringen?
  • Reflectie en reflectieve houdingWelke effecten zie je van de inzet van ICT in je onderwijs? Wat was daarin jouw eigen rol? Welke processen speelden er mee? Hoe reageerden de leerlingen? Wat ging goed en wat had anders gemoeten?
  • Onderzoeken en onderzoekende houdingHeeft de inzet van ICT daadwerkelijk effect op de leerresultaten van je leerlingen? Waren er effecten op het gebied van de motivatie? Zijn er bepaalde voorwaarden waar aan voldaan moet worden? Welke middelen zijn wel en welke niet geschikt? Zijn er daarbij ook verschillen tussen leerlingen?
  • Professionele autonomieHoe neem jij je verantwoordelijkheid om jezelf te ontwikkelen als professional op het gebied van inzet van ICT-middelen? Wat kunnen de leerlingen en de school van jou verwachten?
de kip of het ei
Een belangrijke en interessante kip-ei-vraag die boven komt drijven bij Windmuller is deze: Zorgt een professionele cultuur op school met de juiste condities er voor dat leraren zich professioneler gaan gedragen en een meer professionele houding innemen? Of zorgt een team met voldoende leraren met een professionele houding en professioneel gedrag er voor, dat er een professionele cultuur ontstaat op school en daarom ook de noodzaak wordt gevoeld om de juiste condities te scheppen.

diepgang
Een opvallend citaat: “Wat opvalt is dat op alle scholen leraren aangeven zeer bereid te zijn om te leren en hun professionaliteit te versterken. De aanleiding waardoor leeractiviteiten  plaatsvinden is  veelal een probleem waartegen leraren aanlopen in de dagelijkse praktijk. Op sommige scholen zijn er meer structuren vastgelegd om tot bijvoorbeeld reflectie en onderzoek te komen. De diepgang waarmee activiteiten plaatsvinden is nog zeer verschillend. Directeuren geven aan dat daar nog winst te behalen is.” (pag.244)
Met andere woorden: Leraren lijken de neiging te hebben vooral op de korte termijn te denken: Ik loop nu ergens tegen aan en daarvoor zoek ik een oplossing. Bredere inbedding in visie en beleid en het plannen van de eigen ontwikkeling over een langere periode lijkt bij veel leraren te ontbreken. Het zelf bijhouden van een bekwaamheidsdossier met daaraan gekoppeld POP- of ontwikkelgesprekken zijn dan een aanrader. Het biedt de directie en leraren de mogelijkheid om samen gericht in gesprek te gaan over de professionele ontwikkeling, niet alleen op de korte maar ook op de lange termijn. Naast een professionele houding daarbij is ook structuur en begeleiding nodig: “Leraren zijn hbo-practici die niet  gewend zijn om in ongestructureerde contexten zelf hun weg te vinden, terwijl innovatie en onderzoek vaak juist onzekerheid met zich meebrengen.” (pag.262) Besturen en scholen doen er goed aan daar dus in te investeren! “Het gaat er dan om of de school aan de professional de gelegenheid en de faciliteiten biedt om tot ‘leren’ te komen en een cultuur heeft die dit leren stimuleert.”(pag.338)

Iris Windmuller komt daarvoor op alle eerder genoemde niveaus met concrete aanbevelingen. Voor bestuurders, directeuren en leraren een aanrader om deze tot zich te nemen, en belangrijker nog, er mee aan de slag te gaan!

advies en ondersteuning
Wilt u op uw school aan de slag met een digitaal bekwaamheidsdossier (in het kader van de wet BIO) of wilt u aan de slag met innovatie door (effectievere) inzet van ICT-middelen? Als Onderwijsadviseurs van Station to Station / KPN Onderwijs staan we u graag ter zijde. We hebben volop mogelijkheden om u vanuit onze ruime kennis en ervaring op het gebied van onderwijs en ICT te ondersteunen. Lees bijvoorbeeld eens onze informatie over Vakkennis op Peil. Zowel voor besturen, directies, schoolteams als individuele leerkrachten kunnen we advies- en begeleidingstrajecten aanbieden.
Neem vrijblijvend contact met ons op, bel 0348- 44 69 63, mail naar info@stationtostation.nl of via het contactformulier.

Vijf redenen waarom Office 365 interessant is voor het onderwijs



In deze blog vijf redenen waarom Office 365 interessant is voor leerkrachten en leerlingen. Office 365 is een cloudoplossing waarmee je online toegang krijgt tot e-mail, gedeelde agenda's, online documenten, chatten, video conferencing (webvergaderen), een openbare website voor school en interne team sites. Deze functionaliteiten zijn met Office 365 altijd en overal op ieder apparaat te gebruiken. Office 365 werkt naadloos samen met Office 2010. Office 365 is géén vervanging van Microsoft Office 2010.

Hieronder de vijf redenen waarom Office 365 voor u interessant is:

Reden 1
Office 365 biedt u een gratis, professionele e-mailoplossing voor het hele team en de leerlingen. Met de volwaardige Exchange Online-oplossing krijgt u een stabiele online mailvoorziening en agendafunctie met ruim voldoende opslagcapaciteit.

Reden 2 
U krijgt gratis een openbare website met hosting. Een actuele website is tegenwoordig onmisbaar om goed te kunnen communiceren met ouders en leerlingen. Vindt u een Content Management Systeem lastig om te installeren? Of kost dit teveel  tijd en geld om dit te laten doen? Dan is Office 365 een mooi alternatief voor u. Het is gemakkelijk in gebruik en eenvoudig om uw website te onderhouden, te beheren, gekoppeld aan uw eigen domeinnaam.

Reden 3 
Met Office 365 werkt u in de cloud. Vanuit de webbrowser krijgen  leerkrachten en leerlingen de beschikking over de Office Web Apps Word, Excel, PowerPoint en OneNote. Zo is thuiswerken voor leerkrachten en leerlingen erg gemakkelijk, omdat u hier alleen een webbrowser voor nodig heeft en geen software voor hoeft te installeren.

Reden 4 
Samenwerken in de cloud. In Office 365 kunt u zelf werken met de web apps, maar u kunt ook met collega’s samenwerken. Dit kan met de teamsites in Office 365. Al uw documenten zijn uiteraard ook te delen met anderen. Het is mogelijk om subsites aan te maken waarin collega’s en leerlingen online kunnen samenwerken. Met de  Sharepoint Online-functionaliteit worden documenten beheerd en gedeeld.

Reden 5 
Altijd en overal communiceren met Lync Online in Office 365. Lync Online is te vergelijken met Microsoft Live Messenger, alleen dan veel uitgebreider en krachtiger. Het biedt u de volgende functionaliteiten:

  • In groepen met video- en/of audio-ondersteuning met elkaar chatten. Tijdens vergaderingen kunnen ook part-timers meedoen via een videoverbinding.
  • Automatische archivering van alle berichten in uw mailbox van Exchange. Zodat u alle communicatie altijd en gemakkelijk kunt terugvinden.
  • Bestanden en schermen met elkaar delen.
  • Online vragen (polls) uitzetten, waarbij men direct kan stemmen.
  • Online whiteboard zodat u snel afbeeldingen, aantekeningen en teksten met elkaar kunt delen.
  • Beschikbaarheid op smartphones en tablets. Waardoor u ook thuis kunt inloggen en elkaar snel en gemakkelijk op de hoogte brengen van nieuws e.d. . Alle berichten worden automatisch gearchiveerd, zodat u alle communicatie kunt terugvinden. 
  • Leerlingen van andere scholen kunnen met elkaar communiceren. Zo zijn er bijvoorbeeld al digitale plusklassen gestart, waarin leerlingen van verschillende scholen met elkaar samenwerken zonder dat ze daar voor op reis hoeven. 

Kortom alleen Microsoft Lync biedt het onderwijs al heel veel functionaliteiten.

Office 365 is dus heel wat meer dan een extra online mailbox, wij adviseren u graag over welke stappen u moet doorlopen om uw school of cluster gebruik te laten maken van Office 365.

Op onze website kunt u het contactformulier invullen, waarna u het stappen plan ontvangt.

zaterdag 27 oktober 2012

Uitpakparty iPads

Deze week was ik uitgenodigd voor een uitpakparty van de iPads die door een school waren aangeschaft. De Makro had een aanbieding van iPads 2 en daar hadden ze er maar meteen 25 aangeschaft. Toen ze de tablets hadden afgerekend stond er bij de zeer geslonken stapel in de winkel een bordje: "Eén per klant".

Nadat we alle iPads uitgepakt hadden en ze opgeladen waren (wat verrassend kort duurde, want ze bleken al behoorlijk opgeladen te zijn), hebben we nagedacht over de inrichting. De school gaat de iPads in drie groepen gebruiken, een aantal bij de kleuters en een aantal in de hoogste groep. Ik heb geadviseerd om drie accounts aan te maken: per groep een apart account. Vanuit dit uitgangspunt hebben we de iPads geconfigureerd en vervolgens geupdate naar iOS6. Dat duurde vrij lang. Niet zo gek als er 25 tegelijk bezig zijn om een volledig nieuw besturingssysteem vanaf internet te downloaden.
't Was gezellig rommelig, maar we hebben alle iPads meteen voorzien van een stickertje met een ID, zodat we precies wisten waarmee we bezig waren.

Tussendoor hebben we natuurlijk uitvoerig gepraat over het gebruik van de iPads, de apps die de school wil gaan gebruiken en de manier waarop ze ze in hun onderwijs willen inzetten. We hadden het natuurlijk over de verschillende soorten apps (vakspecifieke en multi-inzetbare) en we waren het met elkaar eens dat aan de inzet van vakspecifieke apps best wel bezwaren kleven (terug naar het Edurom-tijdperk), en dat het daarom heel goed is om ook multi-inzetbare apps te gebruiken. Op ons edublog staan daarvan al voorbeelden, zoals Tiny Taps.

We hebben de iPads meteen zo ingericht, dat een app die op één iPad wordt geïnstalleerd, ook op de andere met hetzelfde account komt te staan. Daar heb je echt geen dure apparatuur of ingewikkelde werkwijze voor nodig!

Binnenkort hebben we een afspraak waarbij we met de leerkrachten die ermee werken gaan nadenken over de organisatie van het gebruik, de didactische inzet van de iPads en het beheer.

Wordt vervolgd dus!

Denkt u ook na over het gebruik van tablets in uw onderwijs of heeft u ze al in gebruik en wilt u zich er nader in verdiepen, neem dan contact met ons op: tel. 0348-446963 of info@stationtostation.nl.





donderdag 25 oktober 2012

Diploma uitreiking Netwijs Opleiding - Sittard

Op 24 oktober 2012 was het voor de deelnemers van deze opleidingsgroep op locatie in Sittard dan zover: de diploma uitreiking!

De middag begon met een toespraak van de bovenschools ICT coördinator en een cadeau voor het afronden van een Post HBO opleiding vanuit het bestuur. 

Daarna een korte introductie van het door Station to Station ontwikkelde "Vier in balans spel". Dit spel heeft als doel om informatie uit te wisselen en om de interactie met elkaar aan te gaan rondom onderwijs met ICT en alles wat je in de opleiding hebt geleerd.


Daarna volgde de diploma uitreiking, hieronder een aantal ICT parel uitspraken vanuit de scholen.
  • "Wij willen computeren!", verhoogde betrokkenheid.
  • "Juf, veel lezen is niet meer zo erg..." ondersteuning met behulp van Dyslexiesoftware
  • Een stevige fundering is gelegd, wij bouwen verder aan een uitdagende en interactieve ICT-toekomst
  • Leren van, met en door ICT
  • Samen-werken in een krachtige ICT omgeving voor jong en oud op de Hubertusschool in Genhout.
We kijken terug op een geslaagd studiejaar en wensen alle deelnemers heel veel ICT plezier en mediawijsheid toe.


In februari 2013 starten er weer nieuwe groepen... Inschrijven kan nu!

dinsdag 23 oktober 2012

Stagebegeleiding kan prima op afstand met digitale middelen

Het onderwerp vandaag op #netwijs Discussie Dinsdag was “Stagebegeleiding kan prima op afstand met digitale middelen!”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

stagebegeleiding is duur
“De beste plek om een vak te leren is door het in de praktijk te doen” zei iemand eens. Daar valt weinig tegenin te brengen. Niet voor niets gaan dan ook bijna dagelijks tal van leerlingen en studenten, vanuit allerlei scholen en opleidingen op weg naar hun stageplek.
Deze leerlingen en studenten worden uiteraard niet aan hun lot overgelaten. Vanuit hun school of opleiding worden ze begeleid door een docent en op hun stageplek of leer-werk-plek worden ze eveneens begeleid. Deze begeleiding vraagt veel tijd. Niet alleen voor de begeleiding zelf, maar ook de reistijd loopt soms flink op. En daarbij uiteraard de reiskosten.

bezuinigen
Omdat er overal bezuinigd moet worden, zijn scholen en opleidingen genoodzaakt kritisch naar deze begeleidingstijd te kijken. Soms wordt de keuze gemaakt om het aantal daadwerkelijke begeleidingsuren per leerling of student  te beperken en dus minder lang of minder vaak op bezoek te gaan. Daarnaast wordt er gezocht naar mogelijkheden om de reistijd te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door leerlingen en studenten die bij elkaar in de buurt zitten door één docent te laten bezoeken. Dat betekent soms wel, dat ze niet altijd door hun eigen begeleider bezocht worden, maar door een ándere docent. Wat betreft de reiskosten scheelt dat eveneens. Dit blijft echter ,hoe dan ook, een kostenpost!

digitale stagebegeleiding
Tijdens de discussie was daarom de vraag of we er met de digitale mogelijkheden en middelen van deze tijd niet enorm veel winst te behalen zou zijn. Verschillende mogelijkheden werden genoemd:
  • Leerlingen/studenten doen verslag via een weblog of ELO. De stagebegeleiders kunnen daar op een voor hen handig moment op reageren. Tegelijkertijd kunnen ook medeleerlingen/-studenten reageren, waardoor een vorm van intervisie ontstaat.
  • Meer betrokkenheid tussen de leerlingen/studenten en de werkplek-begeleiders enerzijds en de school anderzijds.
  • Voor leerlingen die in het buitenland stage lopen is het een ideale oplossing om ze toch intensief te kunnen begeleiden en contact te hebben met hun begeleider ter plekke.
  • Leerlingen/studenten leggen een digitaal portfolio aan met verslagen, maar ook met foto’s en filmpjes waarmee ze de begeleiders en elkaar een beeld moeten geven van hun stage-activiteiten. Met hun smartphone hebben ze daarvoor het gereedschap in hun broekzak zitten!
  • Op vaste tijdstippen vinden er via videochat (Skype, Lync, FaceTime, etc.) begeleidingsgesprekken plaats tussen leerling/student en de docent en tussen de docent en de begeleider op de werkplek.
  • Op vaste tijdstippen heeft de docent een spreekuur, eveneens via videochat, om tussentijdse vragen en problemen te bespreken.
Zo zijn er ongetwijfeld meer mogelijkheden om vorm te geven aan digitale stagebegeleiding. Aan de andere kant werden echter ook bezwaren ingebracht:
  • Zeker bij aanvang van de stageperiode is het wel zo netjes om eerst face-to-face kennis te hebben gemaakt.
  • Het is belangrijk om met eigen ogen te zien en te ‘voelen’ in welke omgeving de leerling/student zijn stage-activiteiten moet doen, met welke mensen, de sfeer te proeven.
  • Verslagen, foto’s en filmpjes laten het beeld zien zoals de leerling/student die wil geven. Als docent wil je deze kunnen toetsen aan de realiteit. Overigens wel een interessant gegeven om met de leerling/student op te reflecteren!
  • Is er voldoende controle? Als voorbeeld werd genoemd een student, die braaf zijn stageverslagen inleverde, maar ondertussen al een paar dagen niet was komen opdagen op zijn stageplek.
  • Wanneer het niet goed gaat tijdens een stage, bij slecht-nieuws-gesprekken, bij conflicten op de stageplaats, etc., dan is digitaal contact niet gewenst en is het belangrijk als docent fysiek aanwezig te zijn.
  • Wanneer je fysiek aanwezig bent pik je eerder bepaalde signalen op wanneer iets niet lekker loopt. Ook kun je spontaan andere werknemers spreken.
  • Stagebezoeken worden ervaren als ‘krenten in de pap’. Jammer als dat weg zou vallen!
afwegen
De fysieke stagebezoeken, face-to-face, kunnen wat de discussie-deelnemers betreft daarom nooit vervangen worden door digitale stagebegeleiding. Wel kan het een goede aanvulling zijn op de fysieke bezoeken. Daarbij zal de docent dus telkens moeten afwegen welke middelen ingezet kunnen worden. Dit kan per leerling/student en per stageplek weer anders zijn.

winst?
Enerzijds biedt het mogelijkheden voor intensievere begeleiding en meer contact met de begeleiders op de werkplekken. Wanneer het echter vooral als aanvulling ingezet wordt, dan is de vraag of het in plaats van verlichting niet juist een verzwaring oplevert. De winst zit dan met name in de kwaliteit en kwantiteit van de begeleiding en niet zozeer in de tijdsbesparing. De vraag is of docenten hier de tijd voor hebben. Ook de reiskosten zullen alleen omlaag gaan wanneer er minder fysieke bezoeken afgelegd worden.

praktisch
Tot slot nog praktisch: Wil je als school of opleiding digitale middelen in gaan zetten, dan is het zaak om na te gaan in hoeverre leerlingen, studenten maar ook de begeleiders op de werkplek over de juiste middelen beschikken. Daarnaast is het de vraag of ze voldoende overweg kunnen met de in te zetten middelen. Als school of opleiding zou je hierin kunnen faciliteren. Bijvoorbeeld door een webcam of flipcamera uit te lenen gedurende de stagetijd, met één treinkaartje heb je dat er al bijna uit, of door een instructiemoment voor de stagebegeleiders.

Reageer!
Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je mening of ervaringen delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @carinerkens, @karinwinters, @SanderGordijn , @ciskevanderwal , @ManuBorghs , @dancing_prinzes , @jannet1975, @jlueks

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT via de hashtag #netwijs. Ook de rest van de week interessant om te volgen!

zaterdag 20 oktober 2012

Waarom je je eigen instructievideo's moet maken

Deze week sprak ik met iemand over het principe van de Khan academy. Hij liet me een videoclip zien van Katie Gimbar. In het filmpje legt ze uit dat ze alle instructiefilmpjes voor haar groep leerlingen zelf maakt en ze legt ook uit waarom:




Hier vind je een verzameling video's waarin ze allerlei aspecten van haar aanpak van Flipping the classroom toelicht. Ze beantwoordt bijvoorbeeld allerlei vragen zoals: Hoe ga je om met ongeïnteresseerde leerlingen en: Wat doe je als leerlingen hun huiswerk (het bekijken van de video's) niet hebben gedaan?

Totaalconcept
Duidelijk wordt dat de instructievideo's deel uitmaken van een totaalconcept:
  • De leerkracht maakt gebruik van instructievideo''s die buiten de les door de leerlignen bekeken worden
  • Leerlingen kunnen de basisvaardigheden in hun eigen tempo volgen
  • Leerlingen kunnen de instructievideo's zo vaak als ze willen, bekijken
  • Tijdens de les is er gelegenheid voor extra ondersteuning, verbreding, toepassing en verdieping van de leerstof.
  • Tijdens de les luisteren de leerlingen niet passief naar een uitleg; ze zijn actief en betrokken 

Welke programma's kun je gebruiken om instructievideo's te maken?
Op de pc kun je gebruik maken van een screencastprogramma zoals Wink (gratis) of Camtasia Studio (betaald) of een online applicatie zoals Screenr of Screencast-o-matic.
De lessen kun je dan maken in bijvoorbeeld Paint, maar ik zie ook lessen die gemaakt zijn met Prezi en PowerPoint, maar ook ook met SMART Notebook of een ander digibordprogramma.
Op de iPad kun je bijvoorbeeld gebruik maken van de gratis app Educreations.

Het is op een Android tablet niet mogelijk om instructievideo's te maken. Dat komt omdat deze functie deel uitmaakt van het afgesloten deel van het besturingssysteem. Er is wel een app, maar deze werkt alleen als het toestel geroot (gejailbreakt in iPad-termen) is.

Katie Gimbar maakt gebruik van een whiteboard met viltstift, omdat ze het belangrijk vindt om zelf in beeld ter zijn, zodat de leerlingen haar gezichtsuitdrukking en gebaren zien. Ze staat dus naast het bord en maakt een opname met een videocamera.



dinsdag 16 oktober 2012

Innovatie begint bij het management!


Het onderwerp gisteren op #netwijs Discussie Dinsdag was “Innovatie begint bij het management!”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Innovatie, een woord waar je haast niet omheen kunt tegenwoordig. Of het nu gaat om dé uitweg uit de eurocrisis, het klimaatprobleem of om grondstoffenschaarste. Wil je je als bedrijf op de kaart zetten en overleven, dan moet je inzetten op innovatie! Ook het onderwijs ontkomt er niet aan. Het onderwijs kan niet stil blijven staan, maar heeft telkens weer een frisse wind, nieuwe inspiratie en nieuwe ideeën nodig. Aansluiten bij de mogelijkheden van nu, of beter nog bij die van morgen, is het devies!

Als we het hebben over innovatie, dan denken sommigen al snel aan ICT. ‘Allemaal aan de tablet’ bijvoorbeeld. Innovatie is echter veel breder dan ICT alleen. Zeker, het is een steeds belangrijker wordend middel, dat je kan helpen om je doelen te bereiken. Maar het begint toch eerst met het hebben van een duidelijke visie, met ideeën hoe je dingen doelmatiger of efficiënter aan kunt pakken, met ambities en het beste uit je leerlingen willen halen.

Hebben we het over visie, dan denken we al snel aan het management. De directeur wordt immers vaak gezien als de onderwijskundig leider van de school? Als er iemand weet welke kant de school op moet, dan is het toch de directeur? De man of vrouw met een missie, de koersbepaler.  Ook degene die over de financiën gaat. Welke ruimte hebben we financieel als school en hoe gaan we dat besteden? Bij uitstek dus degene die nieuwe ontwikkelingen in gang kan zetten!

Welnee, zeggen de deelnemers aan de discussie: Innovatie vindt haar oorsprong op de werkvloer, oftwel: in het klaslokaal. Je wilt als leerkracht het beste uit je leerlingen halen, ze stimuleren om net even wat verder te komen dan ze zelf voor mogelijk houden. Je wilt dat iedereen mee kan doen en daarom obstakels uit de weg ruimen. Je ziet nieuwe mogelijkheden en kansen om bepaalde processen beter te laten verlopen. Vanuit die gedrevenheid of passie en de ervaringen van elke dag ontstaan de ideeën hoe dingen anders aangepakt zouden kunnen worden. Zet deze leerkrachten vervolgens bij elkaar, voedt ze, faciliteer ze, denk niet in beperkingen maar in mogelijkheden en er gebeuren prachtige dingen. Een professionele leergemeenschap.

In de praktijk blijkt het iets genuanceerder. Dat de echte veranderingen van onderaf komen, van de werkvloer dus, daarover zijn we het wel eens. Dat het niet werkt wanneer een directeur zelf met de ene na de andere vernieuwing komt , staat ook niet ter discussie. Ze zullen het echt samen moeten doen.  Samen initiatieven nemen, samen experimenteren. Ieder vanuit een eigen verantwoordelijkheid. Schep vanuit het management ruimte om met ideeën te komen, neem die serieus, faciliteer om zaken te onderzoeken en uit te proberen.

Te vaak worden nieuwe ideeën en inspirerende plannen naar de prullenbak verwezen omdat er geen budget voor is. “Het staat niet op de begroting!” Of de plannen worden aangehouden, met de opmerking, dat het wellicht volgend jaar op de begroting kan of in de meerjarenbegroting!  Tegen de tijd dat het budget er is, zijn de ideeën al weer achterhaald door de ontwikkelingen.

Eigenlijk zou elke school vast een bepaald bedrag moeten reserveren voor innovatie. En misschien ook tijd moeten reserveren. Als voorbeeld werd Google genoemd, waar medewerkers 20% van hun tijd moeten besteden aan nieuwe frisse ideeën; liefst out of the box!

Zo bezien lijkt innovatie toch te beginnen bij het management: een goed klimaat scheppen ((transparantie, vertrouwen, openheid, stimuleren, investeren), flexibiliteit inbouwen in de organisatie, maar ook in de begroting en de jaarroosters. Ruimte laten voor spontane ideeën, voor andere wegen dan de gebruikelijke. “Een beleidsplan moet per definitie dynamisch zijn om te kunnen innoveren!” zo merkte een van de deelnemers op.
Tegelijk moet het management ook voor waken voor een teveel aan eendagsvliegen, het met alle winden meewaaien, voor het uit het oog verliezen van samenhang en de gestelde doelen.

Overigens: innoveren betekent niet altijd dat er tijd en geld op tafel moet komen. Het is ook een bepaalde mindset: anders gaan kijken naar leerlingen, naar situaties, naar omstandigheden, naar beschikbare materialen. Open staan voor ideeën en inzichten van collega’s, van ouders, maar zeker ook van leerlingen. En vooral ook: keuzes durven maken en nieuwe wegen durven bewandelen, uitdagingen zien als kansen!

Een mooi voorbeeld in dat kader: De Heijnenoordschool in Arnhem had een lokaal ‘over’ en deze wordt nu ingezet als ruimte met flexibele werkplekken voor ouders. Voor een beperkt bedrag kunnen ze gebruik maken van de faciliteiten. Een bijverdienste voor de school, maar tegelijkertijd ook een middel om ouderbetrokkenheid te stimuleren. De ouders kunnen immers hun werk en het helpen op school prima combineren zo! Een win-win-situatie dus!

Een creatieve oplossing voor de uitdagingen van nu! En dat is precies waar het bij innovatie om gaat!

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je mening delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @GuusBouwhuis71 , @pietvsz , @michelboer , @janwn , @pwrooij , @Sjaboepaan , @saskiadellevoet , @Marathonkeje , @ngoudmedia , @HenkTerHaar

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT via de hashtag #netwijs. Ook de rest van de week interessant om te volgen!

zaterdag 13 oktober 2012

Aan de slag met Web 2.0 of Sociale Media in het onderwijs

Op 6 oktober werd in het gebouw van Beeld en Geluid in Hilversum de nieuwe uitgave van BoekTweePuntNul gepresenteerd. We brengen het hier graag onder de aandacht. Ook drie van onze onderwijsadviseurs werkten er aan mee: Henk Heurter, Karin Winters en Catharinus Doornbos.

BoekTweePuntNul is een initiatief van Louis Hilgers en Tessa van Zadelhof. Zij deden een oproep wie wilde helpen om web 2.0-toepassingen, social media-platforms en webtools  te beschrijven voor het onderwijs. Het resultaat was een boek met 125 hoofdstukken,  geschreven door even zoveel verschillende auteurs.
Naast de gewone editie werd ook een speciale onderwijs-editie uitgegeven, beide bij Van Buurt Boek.

Nu willen web 2.0-toepassingen soms wel eens veranderen. Daarnaast komen er geregeld nieuwe bij, die voor het onderwijs zeer goed bruikbaar zijn. Daarom is nu een nieuwe editie uitgekomen, waarin enkele oude hoofdstukken zijn aangepast of vervangen. Daarnaast zijn 75 nieuwe hoofdstukken toegevoegd.

App
Beschik je over een tablet, dan is de eveneens nieuwe app van BoekTweePuntNul een aanrader. Via de app kan van elke toepassing snel de beschrijving worden opgezocht en ook doorgeklikt worden naar de webtool zelf, mits er een internetverbinding beschikbaar is. De app is voor een eenmalig bedrag aan te schaffen in de AppStore (iPad) of GooglePlay (Android). In eerste instantie heb je dan de beschikking over de 125 hoofdstukken uit de eerste editie. Na de (gratis) update zal de complete serie uit de tweede editie beschikbaar zijn.

HandBoekTweePuntNul
Naast de nieuwe uitgave en de app is ook HandBoekTweePuntNul  uitgegeven. Een handzaam boekje waarin 12 deskundigen hun licht laten schijnen over het gebruik van Sociale Media in het onderwijs. Daarbij komen verschillende onderwerp aan de orde zoals didactiek, leerkrachtcompetenties, klassenmanagement, kansen en gevaren.

inspiratieboek

We wijzen u in dit kader ook graag nog even op het 'Inspiratieboek Sociale Media in de basisschool' van  MijnKindOnline, waaraan we eerder op dit edublog aandacht besteed hebben. Eveneens een bron van inspiratie!

workshop
Wil je als leerkracht of decent aan de slag met Web 2.0 in je lessen of iets gaan doen met Sociale Media? Dan zijn de genoemde boekjes en/of de app een aanrader. Wil je graag praktisch aan de slag en met collega’s samen, bij u op locatie, ontdekken hoe je met deze middelen je lessen kunt verrijken? Neem dan vrijblijvend contact met ons op. We zetten graag de mogelijkheden op een rij! U kunt bellen met één van onze Onderwijsadviseurs via 0348-446963 (optie 2) of via het contactformulier op de website.

gratis lesbrieven
Kijk ook eens bij onze gratis lesbrieven,  die we gemaakt hebben bij verschillende web 2.0-toepassingen. Aan de hand van een concreet onderwerp of vakgebied laten we u zien hoe u morgen met deze toepassingen aan de slag kunt gaan in uw klas!

Mindmap maken met Text 2 Mind Map

Ik vond via via een mooie website waarmee je tekst kunt omzetten naar een mindmap: Text 2 Mind Map.
Je maakt een stukje tekst met en structuur, bijvoorbeeld:



En het programma maakt er en mooie mindmap van:








donderdag 11 oktober 2012

Twee vliegen in één klap: Vergaderen 2.0 met tablets!


De uitdaging in het onderwijs is vaak dat er te weinig tijd is voor “extra vergaderingen of studiemomenten” de hele jaarplanning is klaar en alle vergadermomenten zijn vastgelegd inclusief een groot deel van de inhoud.

ICT wordt vaak gezien als ‘iets wat erbij komt’, terwijl het juist een middel is om onderwijs beter te maken. Zo kan een digibordtraining bijvoorbeeld helemaal in het teken staan van een reken verbetertraject of woordenschat ontwikkeling.

Zo is er bijvoorbeeld geen ruimte in de agenda  voor een inspiratiesessie over tablets in het onderwijs. En daar gaat nu juist deze blog over, tijd besparen en ervaring opdoen met tablets: twee vliegen in één klap.

Vergaderen doen we toch, dus waarom dan niet 2.0? We maken dan geen gebruik van papier tijdens de vergadering, maar van tablets en interactieve web 2.0-toepassingen op internet.

Sommige agendapunten kunnen extra diepgang krijgen door ze juist digitaal te doen:
  • De notulen en agenda’s worden digitaal beschikbaar gesteld op de tablets, dit scheelt papier en inkt.
  •  Als er gebrainstormd gaat worden, doen we dat gezamenlijk, digitaal op de tablet in een mindmap programma.
  • Als er een besluit genomen moet worden over een bepaald onderwerp doen we dit via de tablet met een web 2.0 toepassing om te stemmen, waardoor ieders mening (desgewenst anoniem) meetelt en direct inzichtelijk is.
  • Part-time collega’s kunnen virtueel mee vergaderen met bijvoorbeeld Microsoft Lync en een webcam en hoeven niet per se fysiek aanwezig te zijn.
  •  Experts kunnen op afstand een deel van de vergadering bijwonen …
  •  Enz.
Op deze manier sla je twee vliegen in één klap. De vergadering stond toch al gepland, alleen wordt deze nu met tablets en web 2.0-toepassingen vormgegeven.

Lees op onze website meer over inspiratiesessies met tablets.

Khan event

Gisteravond was ik aanwezig bij het Khan event van de Khan academy bij Cap Gemini in Utrecht.
De bijeenkomst was georganiseerd door de Nederlandse tak van Khanacademy van Salman Khan. Over dit onderwerp schreef ik al een hele tijd gelegden een artikel.
De Nederlandse initiatiefnemers zijn op dit moment vooral op zoek naar vrijwilligers die willen meehelpen om de videoclips naar het Nederlands te vertalen, door onderschriften te maken, na te synchroniseren, videoclips opnieuw op te nemen en nieuwe clips te maken.

Timo Kos (voorzitter van Khan NL) heette ons welkom en vertelde over de ontstaansgeschiedenis.
Khan NL heeft de rechten verworven om deel uit te maken van de wereldwijde Khan community. In heel veel landen, van China tot Israël, zijn mensen bezig om vertaalwerk te doen. Alle materialen worden verzameld in de Khan academy waar gekozen kan worden voor een taalgebied.

De vakgebieden worden ook steeds uitgebreid. Begon Khan zelf met rekenen en wiskunde, maar inmiddels is het aardig uitgebreid:


Het vertaalwerk is nog lang niet af. Timo verwacht dat medio 2013 gekozen kan worden voor het Nederlandstalige materiaal, dat ook dan nog niet af zal zijn. Er zijn heel veel vrijwilligers nodig om dat voor elkaar te krijgen. De bijeenkomst was daarom ook bedoeld om mensen warm te maken om dit werk te doen.

Verwarrend
Parallel loopt een ander Nederlands initiatief: de Khan academie. Deze club onder leiding van Wijnand Baretta heeft de website van de Khan org overgezet naar het Nederlands en stelt zich tot doel om eigen content toe te voegen en een eigen omgeving in te richten.


Ik vraag me af of het verstandig is om twee Nederlandstalige Khanomgevingen te maken: het werkt verwarrend en je mist een kans om samen sterk te zijn.
Ik bekeek de videoclip over vermenigvuldigen op de site van de Khan academie en schrok: Waarom in vredesnaam na een paar seconden de uitleg onderbreken met de mededeling dat het pennetjes ielig is, het met een andere pendikte nog eens te proberen, mededelen dat het niets uitmaakt en vervolgens de uitleg vervolgen! Dan neem je de leerling niet serieus, schep je verwarring en streef je dus je doel voorbij. Je goed voorbereiden of de clip opnieuw opnemen is toch niet zoveel moeite?
Een goede monitoring zou dit soort storende elementen moeten voorkomen.

Als afschrikwekkend voorbeeld laat ik de clip hier zien:



Daarna volgde ik twee workshops.

Teachter toolkit
Deze workshop richtte zich vooral het gebruik van Khan binnen het rekenonderwijs op de basisschool. 
Tijdens de eerste workshop werden allerlei materialen van de Teacher toolkit toegelicht. Hier vind je allerlei materialen die de leerkracht kan gebruiken als hij of zij met de Khanacademy gaat werken.
Het valt me bij het lezen van deze informatie op dat alles direct vanuit de Amerikaanse onderwijscultuur is vertaald. Ik vraag me af of dat in de Nederlandse setting zal werken. De inhoud van ons rekenonderwijs is deels anders, de Nederlandse cultuur is anders en Khan biedt voornamelijk basisvaardigheden aan. Rekenen moet zo snel mogelijk binnen een context geplaatst worden om het betekenis te geven. Anders wordt het een aaneenschakelijk van trucs. Zo ging het in mijn schooltijd. Als je het tucje snapte, kon je goed rekenen. Toen ik later op de middelbare school wiskunde kreeg, werd het nog veel erger. Vergelijkingen met twee onbekenden. En nog snap ik niet wat je daar mee kon doen.
Een van de deelnemers aan deze workshop is leerkracht in groep 6 en ze legde ons uit hoe zij Khan gebruikt in haar groep. Ze liet ook een filmpje zien waaruit bleek dat alle leerlingen beschikken over een laptop. Een niet onbelangrijk detail.
De leerlingen gebruiken in principe altijd de oefenopgaven, en de videoclips alleen als ze nog een keer uitleg willen. 
De methode gebruikt ze niet meer, maar ze is wel kritisch:enkele onderdelen in de leerlijn ontbreken. Dan moet ze toch teruggrijpen naar de methode of het op een andere manier aanbieden.

Goed gebruik van het materiaal veronderstelt eigenlijk een heel andere didactiek en organisatie. Oefenen, extra ondersteunen, verdiepen en verrijken, werken vanuit doelen. Differentiëren maar de boel ook bij elkaar houden. Op de website worden daar ook aanwijzingen voor gegeven.
Dat kan voor leerkrachten die sterk uitgaan van de methode een grote drempel betekenen.

Vertalen
Na de heerlijke maaltijd deed ik mee aan de workshop Vertalen. Dit onderdeel vind je in  het onderdeel Vertalen van de Nederlandse site.
Ik heb zelf een poging gedaan om een onderschrift te maken bij een videoclip over gelijknamige breuken te vertalen, maar bij de eerste regel ging het al mis: "Sarah has $ 48,-". Dollar? Daar maken we toch gewoon euro van? Ja, maar in de videoclip staat $ 48,-. Zomaar een praktisch probleem waar wel een oplossing voor moet komen. Zo'n clip moet eigenlijk helemaal opnieuw opgenomen worden. Ook moet je niet proberen om letterlijk te vertalen. Wat moet je hiermee: "So what they want us to do in this problem is they want us to say, OK, we want 1/3 of her money, but we want to write this as an equivalent fraction where we have 48 in the denominator." Dat zou ik dus heel anders uitleggen, maar het moet wel passen binnen de uitleg op het scherm.
Ik vraag me af of ondertitelen een goede vertaaloptie is, omdat de leerling de aandacht steeds moet verplaatsen van de uitleg naar de vertaling.

In een andere workshop kon je meedoen aan een battle: Wie heeft de mooiste vertaalstem. Daar heb ik maar niet aan meegedaan...


Nog veel te doen
Er moet nog heel veel werk verzet worden, niet alleen om alles lessen naar het Nederlands te vertalen (waarbij mijn voorkeur sterk uitgaat naar het opnieuw maken van de filmpjes, en niet rechtstreeks vertalen), maar ook om het materiaal uit te breiden met opdrachten die leerkrachten in staat stellen om verdiepende en verrijkende opdrachten te maken. Dat kan bijvoorbeeld door bij elke vaardigheid links toe te voegen naar lessuggesties, aansluitende activiteiten van Rekenweb of Laat eens zien van Cédicu.

Iedereen die daaraan een bijdrage wil leveren, kan contact opnemen met de initiatiefnemers.


Enkele andere initiatieven:
Jelmer Evers, docent Geschiedenis in het VO, gebruikt instructiemateriaal bij zijn lessen. Hij heeft daarvoor op Youtube een videokanaal ingericht.

Linda Humme, leerkracht in het basisonderwijs, doet hetzelfde met heel leuke clips, maar niet leerlijndekkend. Ze kiest aansluitend bij haar onderwijs onderwerpen die zich hiervoor lenen.


dinsdag 9 oktober 2012

Liever een tablet aanschaffen dan oefensoftware bij de methode!


Het onderwerp gisteren op #netwijs Discussie Dinsdag was “Liever een tablet in de klas dan oefensoftware bij de methode!”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Voor het bedrag dat een middelgrote school kwijt is aan de licentie van twee jaar voor methodegebonden educatieve software, had de school ook een tablet, of misschien wel twee aan kunnen schaffen. Stel je krijgt €400,- en je mocht kiezen; welk van de twee zou je dan kiezen?

voor- en nadelen
Het voordeel van de methodegebonden software is, dat het naadloos aansluit bij de methode, de resultaten registreert en deels zelf de juiste opdrachten en oefeningen aanbiedt aan de leerlingen. Nadeel is, dat je naast het wellicht wat aanpassen van de instellingen en het organiseren, je er als leerkracht wat passief naast staat.
Het voordeel van een tablet is, dat het flexibel is en voor meerdere doeleinden ingezet kan worden. Je kunt je eigen lessen inrichten en je eigen content toevoegen. Het vraag echter wel, dat je als leerkracht zelf de juiste opdrachten en begeleiding moet geven. De opdrachten zijn meer open van karakter, de werkwijze ligt niet vast en de uitkomsten ook niet. Je zult daarbij de leerlijnen goed in je hoofd moeten hebben.

Terecht werd opgemerkt, dat het niet helemaal een juiste vergelijking is. Eigenlijk zou je moeten zeggen: een computer met educatieve software versus een tablet met apps. Daarmee heb je het eigenlijk over hoe je als school onderwijs wilt geven. Enerzijds vraagt dat om keuzes te maken, anderzijds vraagt dat ook de nodige vaardigheden van de leerkracht, zowel in didactisch opzicht als ict-vaardigheden.

naast elkaar gebruiken
Het is de vraag of er echt sprake is van een tegenstelling. Beide kunnen immers prima naast elkaar gebruikt worden binnen de school. Welk middel je inzet hangt geheel en al af van de doelen die je wilt halen, de mogelijkheden en behoeften van de leerlingen, etc. Zo zou je dus kunnen afspreken, dat er ten aanzien van bepaalde vakgebieden schoolbreed gebruik wordt gemaakt van de methodegebonden software, bij andere vakken van methode-onafhankelijke software en voor weer andere vakken of voor plusopdrachten van andere middelen zoals de tablet met de daar op beschikbare app. Ook zou je de tablet kunnen inzetten om bepaalde leerlingen extra te onderstuenen. Denk daarbij ook aan leerlingen met bepaalde beperkingen, die zeer geholpen zijn met de mogelijkheden van de tablet om spraakgestuurd te zoeken, teksten te laten voorlezen, instructies op te nemen als filmpje, etc.

keuzes maken
Bij het gebruik van educatieve software moet de leerkracht zorgen, dat het organisatorisch ingepast wordt in het dagelijkse programma, de software goed staat ingesteld en ook naar de resultaten kijken en daar weer op anticiperen. Pas dan is het gebruik effectief. Ditzelfde geldt ook voor het gebruik van de tablets. Ook daarbij zal e.e.a. georganiseerd moeten worden, zullen de juiste apps beschikbaar moeten zijn en zullen de leerlingen begeleid moeten worden.
Daarvoor moet je als leerkracht de nodige kennis en vaardigheden hebben. In beide gevallen zal daarin geïnvesteerd moeten worden door de leerkracht zelf, maar ook vanuit de directie. Maar ook van de leerlingen wordt wat gevraagd. In het ene geval worden ze door de software aan de hand genomen om bepaalde vaardigheden te oefenen, meer sturend onderwijs dus. In het andere geval wordt er meer een beroep gedaan op eigen creativiteit, zelfoplossingen bedenken en de handige mogelijkheden ontdekken en gebruiken, meer interactie, meer ontdekkend onderwijs. Ook hierbij zal er geïnvesteerd en gefaciliteerd moeten worden.

ruimte bieden
De keuze voor en de inzet van de middelen, of het nu een pc met software is of een tablet met apps, vraagt wat van leerkrachten en van leerlingen. Het vraagt echter ook het nodige van de directie van een school. Ongeacht de keuze zal de directie de leerkrachten moeten faciliteren, enthousiasmeren, ondersteunen, laten scholen, samen moeten laten werken, etc. Op hun beurt zijn de leerkrachten dan weer toegerust om dat bij de leerlingen te doen. De directie kan niet van de zijlijn blijven toekijken, maar zal actief betrokken moeten zijn en wellicht ook een voorbeeld zijn. En het mooiste is: met z’n allen samen op ontdekking gaan, van elkaar en met elkaar leren! 

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je mening delen? Reageer dan op dit blog of anders via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @Sjaboepaan , @Tonmeijer1 , @karinwinters , @GuusBouwhuis71 , @MarcelMarkvoort , @SusanSpekschoor , @Timgearz

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT via de hashtag #netwijs. Ook de rest van de week interessant om te volgen!

maandag 8 oktober 2012

Kinderslot op de IPad


De IPad en IPhone zijn inmiddels behoorlijk ingeburgerd in het Nederlandse onderwijs. Kinderen ervaren in het ontdekkend leren met deze middelen duidelijk minder beperkingen dan veel volwassenen. Heb je ooit wel eens een jongste kleuter met een IPad aan de slag gezien?
Kinderen verkennen razendsnel alle opties van een spel, maar binnen een mum van tijd ook de rest van je IPad. Misschien is dat nou net wat je liever niet ziet....

Om te voorkomen dat de leerlingen vanuit een app de IPad gaan ontdekken en aan de slag gaan met, misschien wel, mindergeschikte apps heeft Apple sinds de update naar IOS6 het Kinderslot toegevoegd.

Met het "Kinderslot" kun je ieder apparaat dat voorzien is van IOS 6.0 op slot zetten. Dit is nou een toepassing waar veel leerkrachten (en ouders) op zaten te wachten.


Het "Kinderslot" instellen
  • Ga in 'Instellingen' naar het tabblad 'Algemeen'











  • Kies 'Toegankelijkheid'













  • Kies 'Begeleide Toegang'
  • Schuif de knop op aan en stel een toegangscode in. Deze code heb je nodig om het apparaat later weer te kunnen ontgrendelen.








Zodra je de instellingen voor Begeleide Toegang hebt ingesteld kun je gebruik maken van het 'Kinderslot'

Het "Kinderslot" gebruiken

  •  Ga naar de app die je wilt gebruiken en klik drie keer achter elkaar op de 'Home' knop om het 'Toegankelijkheidsmenu' op te roepen.
  • Stel de opties voor toegang in. Je kunt bepaalde delen van het scherm selecteren. Deze zijn dan niet toegankelijk. Zowel aanraking als beweging kun je hier uitzetten. Ook kun je kiezen of de hardwareknoppen aan of uit staan.
  • Tik op 'Start' om de begeleide toegang te starten.



Het "Kinderslot" uitzetten
  • Klik drie keer achter elkaar op de 'Home' knop om het 'Toegankelijkheidsmenu' weer op te roepen.
  • Tik de toegangscode in die je hebt ingesteld.





vrijdag 5 oktober 2012

Regeling ‘Pas toe en leg uit'



Kennisnet nodigt leerkrachten in het onderwijs uit om mee te doen aan een soort prijsvraag: 'Pas toe en leg uit'.
Hieronder het persbericht:

Laat zien hoe uw onderwijs profiteert van ict

Docenten willen zo goed mogelijk onderwijs geven. Steeds meer docenten maken daarbij gebruik van ict-hulpmiddelen. Ict maakt het onderwijs niet alleen eigentijdser maar met slimme verbindingen tussen leerinhoud, didactiek en ict is ook de aantrekkelijkheid en kwaliteit van het onderwijs te vergroten.
Maakt u gebruik van ict in uw onderwijs? Dan nodigen wij u uit voor deelname aan de regeling van Kennisnet. Om mee te doen kunt u, als docent (PO/VO/SO/MBO/Pabo/Lero) voor 5 november een voorstel indienen. Uw voorstel bestaat uit een beknopte beschrijving van een ict-toepassing die u in uw onderwijs gebruikt. Als uw voorstel wordt geselecteerd ontvangt uw instelling een videocamera zodat u zelf uw ict-toepassing kan vastleggen. In ruil voor het uploaden van de video en het invullen van een korte vragenlijst krijgt uw instelling de camera een jaar lang in bruikleen.

Het is een mooi initiatief waarvan ik hoop dat veel leerkrachten er gebruik van maken. Van delen wordt niemand slechter!'En dat je er dan ook nog een videocamera in bruikleen bij krijgt is mooi meegenomen. 't Wordt nog mooier als de scholen over een jaar het bericht krijgen: "U hoeft de camera niet terug te sturen." Maar daar ga ik niet over.

dinsdag 2 oktober 2012

Van Begrijpend Lezen naar Begrijpend Surfen


Het onderwerp gisteren op #netwijs Discussie Dinsdag was “Het vak Begrijpend lezen moeten we vervangen door Digitale Geletterdheid”.  In dit artikel een uitgewerkte samenvatting.

Aanleiding voor de stelling was het onderzoek dat Jeroen Clemens momenteel aan het doen is naar Online Tekstbegrip. Hiervoor is hij op zoek naar docenten Nederlands in het VO.

stilstand
Het onderwerp ‘digitale geletterdheid’ is niet nieuw. Zo kwam ik o.a. een artikel tegen van Mijn Kind Online met de titel ‘Investeer meer in digitale geletterdheid’. De titel van deze discussie-samenvatting heb ik daar aan ontleend. In dit artikel wordt aangegeven, dat in het boek ‘Mijn Kind Online’, daterend uit 2005, al een pleidooi werd gevoerd voor lessen digitale leesvaardigheid. Inmiddels zijn we 7 jaar verder en horen we hetzelfde pleidooi nog steeds! Hebben we dan 7 jaar stil gestaan? En stilstand betekent in veel gevallen: achteruitgang!

eerst de basis
Een van de discussiedeelnemers geeft aan, dat het volgens hem moeten beginnen met goed Begrijpend Leesonderwijs. Daar is nog veel werk aan de winkel! Wanneer je naar de referentiekaders kijkt, dan zit een flink percentage MBO-leerlingen onder het verwachtte 2F-niveau, waar ze aan het eind 3F zouden moeten hebben. Ze komen dus al binnen met een achterstand. De cijfers in het HBO en WO ken ik niet, maar ook daar zal sprake zijn van achterstanden. Dat betekent, dat er in het PO en VO werk aan de winkel is! De reactie “laten we eerst beginnen met goed Begrijpend Leesonderwijs” is dus begrijpelijk! Leerlingen zullen eerst moeten beschikken over de basale leesvaardigheden of het nu gaat om teksten op papier of op een scherm.

mindmappen
Een andere deelnemer geeft aan, dat er in het onderwijs naar zijn mening “in het onderwijs onvoldoende kennis is om tot de essentie van begrijpend lezen te komen”. “Begrijpend lezen heeft veel te maken met leggen van de juiste verbanden in een tekst (scherm of papier). Dat wordt steeds zwakker.” Door het goed leren gebruik te maken van MindMapping en dit te koppelen aan tekstbegrip valt er veel winst te behalen! “Uit eigen onderzoek blijkt, dat kinderen die een eenvoudig mindmapje maken 2x beter scoren dan de groep die dat niet deed.”

gedigitaliseerde teksten
Een eerste conclusie is dus: de basis moet goed zijn! Maar dat is nog geen garantie voor het goed kunnen lezen van digitale teksten. Daarvoor zijn weer andere vaardigheden nodig. Digitale teksten heb je in allerlei soorten en maten. Eigenlijk moeten we dan een onderscheid maken tussen gedigitaliseerde teksten en digitale teksten. Wanneer je de tekst van een boek als pdf hebt, zijn er geen wezenlijke verschillen wat betreft de tekst zelf. Wel gaan er andere factoren meespelen: Het soort scherm waarop de tekst gelezen wordt, de afmetingen hiervan, contrasten, lettertype in combinatie met voorgaande factoren (m.n. ook voor leerlingen met dyslexie of een zichtbeperking) of afleiding door andere functionaliteiten. Wat ook meespeelt is de vraag of de tekst helemaal in beeld is of maar gedeeltelijk i.v.m. het overzicht over een tekst.

wat is waar?
Waar we bij digitale teksten o.a. mee te maken hebben, is de kwaliteit. Om je verhaal in een boek of tijdschrift te krijgen, zal het aan bepaalde criteria moeten voldoen. Bovendien worden de spelfouten, grammaticale fouten en stijlfouten er netjes uit gevist. Op het internet daarentegen kan iedereen zijn teksten plaatsen ongeacht kwaliteit, genoemde fouten of waarheidsgetrouwheid. Dat vraagt dus van de lezer, dat hij zelf kan beoordelen wat de kwaliteit en waarheidsgetrouwheid is van een tekst en zelf moet beoordelen of iets bruikbaar is als bron of niet.

Op scholen komt dit deels aan bod wanneer zij aandacht besteden aan mediawijsheid en informatievaardigheden. Vaak gaat het daarbij om de vraag welke strategieën je gebruikt om de juiste informatie te vinden. En daarbij dan vervolgens de vraag naar de betrouwbaarheid van de gevonden informatie. Hiervoor zijn al veel handreikingen beschikbaar. Dit is een eerste stap, maar nog niet voldoende als het gaat om online tekstbegrip.

online tekstbegrip
Hebben we het over echte digitale teksten dan bedoelen we teksten op bijvoorbeeld een blog of nieuwspagina. Digitale teksten zijn vaak korter en bondiger, hebben een andere structuur, zijn veelal niet lineair maar zijn door middel van hyperlinks aan elkaar gerelateerd en is de bronvermelding vaak niet op orde. Voor je het weet rol je van de ene tekst in de andere en dan is het een hele kunst om het overzicht te houden en de juiste informatie er uit te filteren. Hier blijkt in de praktijk nog veel werk aan de winkel. We zijn dan ook benieuwd naar de resultaten van het eerder genoemde onderzoek door Jeroen Clemens!

focus!
Een ander relevant aspect dat werd ingebracht:  Hoe kijken leerlingen hier zelf tegen aan? Vinden zij het prettig om alle teksten digitaal te hebben of kijken ze hier wellicht anders tegen aan? Wellicht moeten daar per leerling ook in differentiëren? En hoe leren we leerlingen bij alle prikkels om zich heen in de digitale wereld om zich te focussen? In dat kader wijzen we graag op een nieuw boek hierover van Justine Pardoen: Focus!

Tot zover de discussie. Was je niet in de gelegenheid om mee te doen met de discussie, maar wil je wel je successen delen? Reageer dan op dit blog, via de LinkedIn-groep De toekomst voor onderwijs en ICT of via Facebook.

Heb je zelf een suggestie voor een interessant discussie-onderwerp? Geef het door via discussiedinsdag.yurls.net. Daar vind je ook alle tijdens de discussie genoemde linkjes en ook het archief van alle voorgaande discussies.

Aan deze discussie deden de volgende Tweeps mee:
@rinusd, @Netwijs , @hansbuskes , @bthv , @jeroencl, @JustineP

Volgende week weer een nieuwe discussie over een nieuw onderwerp!
#netwijs Discussie Dinsdag: elke dinsdag tussen 12.30 uur en 13.30 uur op Twitter. Discussieer mee over Onderwijs en ICT!

maandag 1 oktober 2012

5 ingrijpende fouten die scholen maken met tablets (en hoe ze vermeden kunnen worden)

Deze week las ik in de discussiegroep Tablets in het onderwijs op Linkedin een verwijzing naar een artikel op de website Edudemic, met de titel 5 Critical Mistakes Schools Make With iPads (And How To Correct Them)
Het is een artikel met belangrijke en praktische tips over de invoering van tablets op een school. Daarom heb ik het artikel vertaald, bewerkt en aangevuld. In mijn versie zijn het dus 6 kritieke fouten geworden.
Ik heb wel de vrijheid genomen om in de bewerking de term tablets in plaats van iPads te gebruiken.

1) Eenzijdig en beperkt gebruik van apps
Als je alleen op zoek bent naar vakinhoudelijke apps die geschikt zijn voor jouw onderwijs, kun je snel ontmoedigd raken: “de tablet biedt geen meerwaarde, want alles is Engelstalig, de apps zijn te moeilijk of te makkelijk, ik weet niet wat ze hebben geoefend. Ik kan de resultaten niet terugzien.” Bij het moderne-talenonderwijs bijvoorbeeld moet je niet alleen kijken naar apps die woorden of grammatica aanbieden, maar kun je ook gebruik maken van VoiceThread om spraak op te nemen en te analyseren, van Animoto om een dialoog weer te geven, van Socrative om een taalquiz te houden of van Explain Everything om een uitleg van de grammatica te maken. Leraren moeten dus ook kijken naar apps waarmee ze binnen de didactische omgeving aansprekende opdrachten kunnen geven.

2) Gebrek aan scholing van de leraren om de tablets in te zetten in hun klassenmanagement

Leraren moeten geschoold worden om de tablets goed in te kunnen zetten. Alleen het beschikbaar stellen van tablets aan leraren vanuit de gedachte dat ze vanuit het persoonlijk gebruik van de tablet er ook in zullen slagen om het als een leermiddel in te zetten, biedt geen enkele garantie op succes. Die transfer maken veel leraren niet vanzelf. Leraren hebben begeleiding nodig om het apparaat in het leerproces in te kunnen zetten. En dat is veel meer dan het uitproberen van een aantal apps. Onderzoek heeft ook in andere situaties aangetoond dat leraren die nieuwe middelen tot hun beschikking krijgen, deze gebruiken binnen hun bestaande didactiek. We lopen dus het risico om dure technologie te gebruiken binnen een traditionele klassenorganisatie (leren is overdragen). Leraren hebben de tijd nodig om door middel van samenwerking met collega's en met ondersteuning van derden vaardigheden te leren om met deze nieuwe middelen om te gaan. Dan kunnen ze de mogelijkheden van de tablet veelzijdig inzetten in hun onderwijs, zodat de leerlingen optimaal tot leren komen. Leraren moeten leren hoe met behulp van de tablets materialen gedeeld, ingeleverd en becommentarieerd kunnen worden; ze moeten leren hoe verschillende apps met elkaar kunnen samenwerken, welke apps het beheren van materialen ondersteunen en hoe ze de leerlingen er op een eenvoudige manier mee kunnen laten werken.

3) De tablet behandelen als een computer en verwachten dat hij werkt als een laptop

De tablet is uitermate geschikt om leerling-gecentreerd onderwijs te ondersteunen. Het is een aanvulling op de computer, geen vervanging ervan. Als je van de tablet hetzelfde verwacht als van een computer, word je teleurgesteld. De tablet is niet ontworpen als computer en als leerkrachten hem toch zo zien, zullen ze de voordelen ervan niet leren kennen. Scholen moeten vooral nadenken over de mogelijkheden van de tablet om actief leren te bevorderen. Het valt iedereen die met de tablet werkt op dat je er zo lichaams-eigen mee kunt werken. Dit is vooral belangrijk voor jonge kinderen. Samen met de steeds interactiever en meeslepender wordende apps bevordert dit leren waarbij de betrokkenheid groot is. Daarnaast maakt de tablet het mogelijk om overal foto’s, video en audio op te nemen. Zo kunnen ze multimedia verhalen vertellen, via het scherm vertellen hoe ze bijvoorbeeld een rekenprobleem hebben opgelost enzovoorts. Op deze manier leren de leerlingen op een actieve manier. Laat de tablet dus vooral gebruiken door leraren die snappen dat actieve leerlingen het meest leren!

4) De tablet door meerdere leerlingen laten gebruiken

De tablet is ontworpen als een apparaat voor persoonlijk gebruik, en niet om door meerdere personen gebruikt te worden. Financiële overwegingen dwingen scholen er soms toe om van dit principe af te stappen. De tablets worden door verschillende leerlingen in meerdere groepen gebruikt. Dit maakt het gebruik ervan ingewikkelder. De leraar moet daardoor haar aandacht besteden aan het oplossen van problemen die hierdoor ontstaan. Zo zijn er toepassingen waarbij de leerlingen van het ene naar het andere niveau gaan. In online-toepassingen loggen alle leerlingen met hun eigen account in, maar de apps gaan ervan uit dat steeds dezelfde gebruiker ermee werkt. Als meerdere gebruikers met dezelfde app werken, klopt het niet meer. Het is daarom veel beter om een bepaalde groep het hele jaar met de tablets te laten werken. In deze klas kan dan ervaring worden opgedaan die goed gedocumenteerd en gedeeld moet worden, zodat ook collega’s hiervan in een later stadium kunnen profiteren. Scholen die het financieel niet rond krijgen kunnen nadenken over het gebruik van BYOD (gebruik van eigen apparatuur van de leerlingen) om hen toch op deze manier te laten werken.

5) Er is niet nagedacht over de eisen die aan het beheer gesteld worden

Het gebruik van de tablets vergt ook een goede voorbereiding als het gaat om het beheer ervan. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan de (draadloze) infrastructuur, het opladen en het beheren van de geïnstalleerde apps. Hiervoor hebben we een gratis whitepaper opgesteld dat op onze website aangevraagd kan worden.





6) Er is nooit goed gecommuniceerd waarom de school tablets wil gebruiken

Het komt voor dat de directie en andere beleidsmakers niet goed overleggen over de invoering van tablets, zodat degenen die ermee moeten gaan werken, niet of pas in een later stadium kunnen gaan meedenken over de eisen die aan het werken met tablets gesteld worden. Als het concept niet duidelijk is, is het risico dat de leraren de tablets verkeerd inzetten groot. Hetzelfde kan ook gelden voor de leerlingen. Alle betrokkenen moeten zich realiseren dat de tablet vooral meerwaarde heeft als het gaat om communicatie, nieuwe media-educatie, creativiteit en zelfstandig leren. Er zijn scholen die de tablets vooral gebruiken als e-bookreader met enkele toegevoegde functionaliteiten, maar het is belangrijker de nadruk te leggen op de ongelooflijk betrokkenheid verhogende en actieve leeromgeving die met de tablets mogelijk wordt en de ongekende mogelijkheden om gepersonaliseerd, studentgericht onderwijs te ontwikkelen. Directies moeten de leraren meenemen in de verbeteringen in het klassenmanagement die erdoor binnen bereik komt, en ook de ongelooflijke flexibiliteit die ze bieden om te variëren in leeractiviteiten. Ten slotte moet ze de leraren er op wijzen dat met het gebruik van iPads de leerlingen de hele wereld binnen handbereik hebben. De enige beperking op wat de leerlingen zouden kunnen doen in deze enorme ruimte is de visie van opvoeders. Het onderwijs in de 21e eeuwse onderwijs gaat minder over de plaats en meer over de ruimte waarin het leren plaatsvindt. Als steeds meer scholen kiezen voor 1:1 gebruik van tablets, bestaat er een enorme kans voor een rigoureuze verandering in klassen waar leerlingen in staat zijn om richting te geven aan hun eigen leren. Scholen die een gemeenschappelijke visie op leren hebben, uitgebreide ondersteuning voor leerkrachten in het leren van deze nieuwe apparaten bieden én bereid zijn om te leren van scholen die ervaring hebben opgedaan, hebben veel meer kans om de vruchten te plukken van hun investeringen.

Als afsluiting een videoclip die het bovenstaande verhaal goed ondersteunt!




Wil je meer weten over de mogelijkheden van het gebruik van tablets in jouw onderwijs? Kijk hier of neem vrijblijvend contact op, bel 0348 - 44 69 63.